Steenuil

Steenuilen in de Sint Onolfspolder

De Steenuil

De steenuil (Athene noctua) is een klein uiltje (20 cm) amper groter dan een merel. Hij heeft een gedrongen gestalte met een vrij grote kop, korte staart en grote ogen met een heldergele iris.
Omdat ze net als alle andere uilensoorten vooral ’s avonds, ’s nachts of in de ochtendschemering actief zijn, staan de ogen niet aan de zijkant van de kop zoals bij andere vogels, maar zijn ze naar voren gericht. Zijn gezichtsveld is daardoor kleiner maar doordat hij zijn kop over 270 graden kan draaien, heeft hij toch een groot gezichtsveld .
Overdag doet het uiltje een dutje in zijn geliefkoosde knotwilg of op een ander plekje. Hij verteert op dat moment zijn voedsel en later vind je daar dan zijn braakballen. Deze balletjes van uitgebraakte voedselrestjes zijn vrij klein  (vier op anderhalve centimeter). Ze bestaan uit: haren, veertjes, beenderen, keverschildjes en vogel- of muizenpootjes. Kortom uit alles wat een uilenmaag niet kan verteren.
Je merkt het al aan de restjes: een steenuiltje eet bijzonder gevarieerd. Op zijn menu staan insecten, wormen, kleine knaagdieren, zangvogels, slakken, amfibieën en reptielen. Het leeuwendeel van zijn voedselpakket bestaat echter uit veldmuizen, grote insecten en hun larven (kevers, langpootmuggen, oorwormen, sprinkhanen).
Het repertoire van de steenuil bestaat uit een opgewonden en waarschuwend ‘kwiejoe’, een zacht ‘poe poe’ en een gedempt ‘goehk’. Het vrouwtje roept met een blaffend ‘kef’.
Je komt de steenuil tegen in gebieden met bosjes, bomen en zelfs in duinen en heide. Je vindt hem vooral in een vlak landschap met hagen, houtwallen, knotwilgen en oude vruchtbomen .
De steenuil bouwt geen nest. Hij maakt gebruik van allerhande natuurlijke holten die hij vindt in knotwilgen of oude fruitbomen. Soms bezet hij ook wel een verlaten nestholte van een specht, indien de diameter van de invliegopening groter is dan 70 millimeter. In de kustduinen neemt hij ook wel eens genoegen met een konijnenpijp.

De Sint Onolfspolder

De Sint Onolfspolder heeft een oppervlakte van ongeveer 450 ha. en ligt ten noordwesten van de stad Dendermonde. Het is een uitgestrekt en open hooilandgebied in agrarisch gebruik.
De wonderlijke mozaïek van nog vrij zuivere sloten, weinig bemeste natte hooilanden en broekbos zorgt er voor dat dit één van de laatste toevluchtsoorden is voor tal van planten, insecten en vogels.
Helaas heeft dit gebied de laatste deccenia erg geleden onder de intensivering van de landbouw, waardoor zeldzame planten en diersoorten dreigen te verdwijnen.
Studiewerk dringt zich op om na te gaan op welke wijze we deze dreiging een halt kunnen toeroepen.

Steenuilen in de Sint Onolfspolder

In de periode 1990-1999 werd door de vogelwerkgroep Orniscaldis een inventarisatie verricht naar het voorkomen van de steenuil in de polder en werd het aantal territoria in kaart gebracht. Er werden 8 roepposten vastgesteld.
Na deze inventarisatie had men een goed overzicht over de verspreiding van het aantal steenuilen in de polder.
Alle territoria werden in het westen vastgesteld. Niet verwonderlijk het is het gedeelte met het grootste aantal knotwilgen, de ideale biotoop.
Het oostelijk en zuidelijk gelegen gedeelte van de polder scoorden slecht, vooral door  het ontbreken van rust en voldoende nestgelegenheid.

In 2010 inventariseerden enkele vrijwilligers van Natuurpunt Dendermonding de steenuilen opnieuw. We kwamen uit op zes roepposten.

Op tien jaar tijd verdwenen er twee territoria, wat op dergelijk aantal niet weinig is.
Alle  territoria bevonden zich terug in het westen dat gelukkig niet teveel geleden heeft onder de intensivering en verstoring. Uit deze studie blijkt dus dat het tekort aan nestgelegenheid en verstoring de belangrijkste reden is voor het ontbreken van de steenuil in het oostelijk deel. Echter slechts een klein deel hiervan komt in aanmerking om nestkasten te plaatsen.
Door het plaatsen van nestkasten willen we het tij te keren. We besloten dan ook om in samenwerking met de Groendienst van de Stad Dendermonde vijf nestkasten op te hangen. Wij hopen dat dit zal leiden tot een verhoogd aantal territoria en een meer stabiele populatie.

Marc Rogghe