Avondzicht Scheldemeersen

De Schelde schorren

Natuurpunt Afd. Dendermonding heeft vier zoetwaterschorren in beheer.

Zoetwaterschorren zijn op Europees niveau een vrij zeldzaam biotoop en dus van groot belang. Door de indijking van vele grote rivieren zijn overstromingsgebieden immers steeds meer ingepolderd en omgevormd naar landbouwgrond. Daardoor zijn veel waardevolle biotopen verloren gegaan ...

Typisch voor schorren of ‘schooren’ is dat ze omdijkt zijn en dat ze bij hoge waterstanden in de Schelde twee maal per etmaal onder water komen te staan. Na het wegtrekken van het water blijft een verrijkte sliblaag achter die van cruciaal belang is voor de ontwikkeling van een uitbundige rietvegetatie. Schorren zijn omwille van hun moeilijke toegankelijkheid enkel te bekijken van op de Scheldedijken. Betreding kan alleen voor werkzaamheden, jaarlijks beheer en wetenschappelijk onderzoek.

Het Groot Schoor te Grembergen - 8.7 ha groot – is het best bekende en grootste schor in onze regio en gelegen in de Scheldebocht ter hoogte van Grembergen-Broek. Het is eigendom van de Stad Dendermonde die het in beheer gaf aan Natuurpunt. Het Pottelbergschor, gelegen net aan Dendermonding is ongeveer 6 ha groot. Twee kleinere schorren namelijk de Brede Schoren en het Konkelschoor, samen ook ongeveer 6 ha, zijn gesitueerd aan de linkeroever van de rivier en liggen net op het grondgebied Berlare. De laatste drie schorren zijn eigendom van de Zeeschelde en worden sinds lange tijd beheerd door onze vereniging.

Flora en fauna

De vegetatie van schorren is in grote lijnen een combinatie van enerzijds rietvelden en anderzijds wilgenstruweel. In de rietvelden is het voorkomen van massa’s dotterbloemen waaronder de variant de ‘spindotter’ vermeldenswaardig. Deze variant laat zich meedrijven met het water en vestigt zich zodoende op nieuwe open plekken in het schor en langs de Scheldedijken. Ook de kattestaart, die met zijn felle paarse bloeiwijze de aandacht trekt, is een typische plant. Uniek is ook dat er op de nagenoeg steeds vochtige wilgenstammen een ganse reeks van mossoorten voorkomt. Op en in het water van de inspoelputten huist menig waterleven: grote aantallen eenden (wilde eend, bergeend, wintertaling, …), diverse vissoorten o.a. paling, waterinsecten en algen.

Om verruiging van het riet te voorkomen wordt in sommige schorren riet gemaaid en afgevoerd. Historisch gebeurde dit ook voor het maken van rietmatten voor daken.

De schorren zijn integraal opgenomen in ‘vogelrichtlijngebied’ dwz dat ze Europese erkenning en bescherming genieten. Ze zijn vooral van belang voor broed- en trekvogels. Typische broedvogels zijn kleine karekiet, blauwborst, bosrietzanger, rietgors en in mindere mate koekoek, ransuil, tuinfluiter, … Bij wetenschappelijk ringonderzoek van doortrekkende vogels werden enkele zeldzame soorten vastgesteld: grote karekiet, snor, porseleinhoen, woudaapje, grauwe klauwier alsook zeer zeldzame soorten zoals de Siberische snor en de veldrietzanger.
Rietvelden zijn van oudsher bekend als slaapplaatsen voor tal van vogelsoorten: gele kwik, boerenzwaluw, spreeuw, rietgors.